Ter herinnering

Themanummer: ’99 Luftballons’ van Nena

‘Neunundneunzig jahre Krieg
Ließen keinen Platz für Sieger
Kriegsminister gibt’s nicht mehr
Und auch keine Düsenflieger’

Ik. Kan. Dit. Niet. Meer.

Ik. Wil. Dit. Niet. Meer.

Kerst is voorbij, het leven gaat weer zijn gang. Maar niet voor mij. Ik zit met de naweeën van een loodzware kersperiode, waarin iedere dag de lus rond mijn nek strakker leek te zitten. Gisteren viel de lus af, maar de wonden die zijn geslagen genezen niet zomaar. Nu doet het weer pijn, maar op een andere manier. Moederziel alleen zit ik nu met Napijn. En ik word er niet alleen verdrietig van, maar ook kwaad. Opstandig. Gefrustreerd. Moordzuchtig.

Vergelijk het hiermee. Een getraumatiseerde soldaat wordt elk jaar voor een maand terug op het slagveld geplaatst. Trek uw plan. Na een maand keert hij terug. Gaat het leven dan gewoon verder omdat de bombardementen gestopt zijn? Nee. Dan pas kan de verwerking beginnen. En verwerking begint met incasseren. Stilaan ontprikkelen. Pas nadien kan er eventueel heling plaatsvinden.

Zo is december voor mij. Elk jaar terug naar het front, zonder wapens of uitrusting. Gewoon in mijn blote voor een vuurpeleton. En nu zit ik, shell-shocked, thuis. Iedereen is terug aan zijn leven begonnen en verwacht dat het voorbij is. Niemand kijkt nog om. Maar voor mij begint het pas. De veldslag aan Helm’s Deep overleefd. Proficiat. Dan gaan we nu Gondor verdedigen. Moe? Kapot? Pijn? Tja… als Sauron voor de deur staat moet je vechten. Het begint met het likken van de wonden. Ons opkalefateren. Daarna… tja… wat? Zo ver kan ik nu niet eens kijken. Daar ben ik te geschokt voor. Too shaken. To the core. Ik tril letterlijk terwijl ik dit schrijf.

Maar een ding staat vast: volgend jaar zal het anders zijn. Ik ga me niet opnieuw als kanonnenvoer overleveren aan de strijd. No Fucking Way. Mijn kine zei het gisteren al: dit kan je u toch niet opnieuw aandoen? Na een nacht slapen besef ik dat ze gelijk heeft. Ieder jaar doe ik hetzelfde in de hoop dat het om een of andere mysterieuze reden toch beter zal gaan. De definitie van idiotie volgens Einstein. En gelijk heeft hij.

Volgend jaar bewapen ik me. Eerst en vooral vlucht ik dan weg, naar veiliger oorden. Naar de natuur, naar een trager ritme, naar een plaats zonder toeristen die je veilige plek afnemen wanneer je ze het hardste nodig hebt. Ik neem de hond mee, en eventueel mijn vriend – als hij mee wil. Hij hecht aan kerst bij zijn familie, ook al is dat een  triestige affaire. Alle respect daarvoor. Maar ik doe het niet meer. Genoeg. Zitten wachten op verandering is belachelijk en zinloos. Ik moet zelf de teugels in handen nemen. Niemand zal me komen redden. Het is finaal mijn verantwoordelijkheid. En die zal ik nemen.

Gaat alles zo opgelost zijn? Tja, dat weet ik ook niet. Maar je lot in handen nemen is altijd heilzamer dan als een sitting duck te wachten op de destructie die zowiezo komt.

 

Advertenties

Hoera!

Themanummer: ‘Habibi’ van Tamino

Something hides in every night
Brings desire from the deep
And with it comes a burning light
To keep us from our sleep
Habibi, light is burning
As I am burning
Habibi, light is burning
As I am yearning

Het is achter de rug… we hebben het overleefd, of iets in die aard.

De voorbije weken waren lastig en vooral vlak na kerst beleefde ik een dieptepunt. Het kerstfeest was een sof van heb-ik-jou-daar. Niets nieuws onder de zon. Mijn schoonvader twijfelde luid en openlijk of ik wel een boek in het Engels kon schrijven. I’ll show the bastard! Woehaha. Het eten was – op het hoofdgerecht na – van een ontstellende treurigheid. De kerstboom was geen boom en de lege plek aan de feestdis viel zo hard op dat iedereen deed alsof er niets aan de hand was. Zucht.

Toeristen overstroomden ons arme dorp, met als dieptepunt de dag voor Oudjaar en de dag zelf. Wat zoeken ze hier toch?! Gelukkig was er op 2 januari opnieuw geen hond op straat. Ik voelde me diep gelukkig toen ik het koffiehuis binnenstapte en enkel een local zag zitten. Voor de rest: leeg. Eindelijk eens bijpraten onder elkaar, wensen uitwisselen. Er is terug parkeerplaats, de winkels zijn opnieuw gevuld en alles is bijna terug normaal. Ik tel al af naar het moment dat ze de afschuwelijk kitscherige kerstornamenten uit het straatbeeld verwijderen. Twee dansende ijsberen, WTF? Toen ik ze de eerste keer zag, heb ik in mijn auto de slappe lach gekregen. Zo lelijk! Dat verzin je niet.

Het resultaat van voorgaande shituaties is dat ik me als een gekooid dier voelde. vreselijk! Mijn lichaam reageerde navenant en is nog altijd in opstand. Slapen lukt ook nog steeds moeilijk en mijn nachtmerries zijn gruwelijk.

Na drie weken wachten kreeg ik van een goede vriend eindelijk feedback op het eerste hoofdstuk van mijn boek. Het wachten was tergend; niet te geloven. Maar de respons was positief – joepie! – en de kritiek opbouwend en heel nuttig. Ik heb veel respect voor de mening van de vriend in kwestie, dus het was een catharsis na het lange wachten! We hebben er eentje op gedronken.

Het is de gewoonte om goede wensen de wereld in te sturen, maar dit jaar wens ik vooral iets voor mezelf. Namelijk dat mijn gezondheid goed blijft, dat de energie blijft vloeien en de goesting om te schrijven blijft kriebelen. Als kers op de taart zou ik mijn boek graag gepubliceerd zien, maar zelfs als dat er niet van komt, heb ik toch maar even mijn levensdoel ontdekt. Schrijven tot ik erbij neerval. Schol!

Nog 13 dagen te gaan…

Themanummer: ‘B. B. Chevelle’ van de Isbells

My life will be
My life will be kind of beautiful
When the sun shines on me
In the morning
And the morning only brings me something beautiful
Something glorious

Het is weer zover. Kerst komt eraan. Onbewust zet ik me schrap voor de traumatische herinneringen die in deze tijd van het jaar vaker dan gewoonlijk de kop opsteken. Het resultaat is dat mijn lichaam in een kramp schiet, mijn geest in alert-modus is en ik nauwelijks kan ontspannen, laat staan slapen. Het suckt en het ergste moet nog komen.

Gisteren deed de FT een poging om mijn lichaam richting loslaten en ontspannen te manoeuvreren, maar het sloeg tilt. Nu zit ik met meer pijn dan ervoor en – top of the bill – onnegeerbare IBS-pijn. I HATE IT!!!

Ik probeer veiligheid op te zoeken en mild te zijn voor mezelf. Zucht. Ik dacht dat ik niet slecht bezig was. Maar dit is geen normale gang van zaken. Ze vergt derhalve ook een buitengewone aanpak.

Ik voel me gevangen. Alsof ik in ademnood ga komen. Like the walls are closing in on me. Wanneer ik met de auto rijd word ik zot als een oude vent te traag rijdt en me de weg verspert. Ik hunker naar ademruimte, naar vrij kunnen bewegen. Maar ik heb geen idee waar ik die vrijheid moet zoeken. Het is te koud om ontspannen te wandelen, laat staan om buiten te zitten. Ik voel me opgehokt. Zelfs in huis is het koud. Ik heb gisteren een elektrische voetverwarmer besteld for god’s sake!

Mijn intuitie fluistert me in dat ik geduld moet hebben. Ik ben geneigd haar te geloven. Keep a low profile. Het is onmogelijk om deze patstelling te forceren dmv wilskracht of agressie. Vechten maakt het alleen maar erger.

Go with the flow. Dat is het geheime recept. Nu nog ontdekken hoe je dat doet. Misschien eens googelen? Een gin tonic zal me ook wel een eind op weg helpen, zeker?

Ik heb net aan mijn boek gewerkt. Dat merk je wel aan de Engelse uitdrukkingen in mijn post. Het ging vlot vandaag, dat is al iets. Heel wat, zelfs.

Hypocrisie

Themanummer: ‘Killing in the name of’ van RATM

Fuck you, I won’t do what you tell me!

Een kort artikeltje in de krant doet me in de pen kruipen. Hypocrisie is wat mij betreft DE hoofdzonde en ik walg ervan.

Toen ik jong was probeerde ik te geloven in god. Niemand had me ingefluisterd dat ik moest geloven, maar de katholieke schuld-en-boete leer boezemde me voldoende angst in om een poging te wagen. Ik geloofde, geheel in overeenstemming met de kinderbijbel die ik tot de verbazing van mijn bomma aan de sint vroeg, dat God barmhartig was en Jezus liefde verpersoonlijkte.

Wanneer ik tijdens mijn puberteit door de hel ging, vroeg ik me af waarom god me niet beschermde tegen de wreedheid van mijn vader en de onverschilligheid van mijn moeder. Het antwoord drong zich in alle wreedheid op: omdat het god geen reet kon schelen. Dat soort helderheid is enkel jonge, onwetende kinderen gegeven. Ik ruziede toen nog niet met de duivel en engel op mijn schouder. Ik redeneerde helder en eenvoudig: als god liefde was, dan hield hij niet van mij. Dus fuck god.

Ik zie me daar nog liggen, in mijn knus eenpersoonsbedje met de poes die zich overdreven luidruchtig waste. Case closed. Over and done with. Heerlijke eenvoud. Ik heb het me nooit betreurd. Dertig jaar later weet ik dat geloven in liefde als dusdanig volstaat. Mensen zijn in staat tot liefde. Liefde voor de ander en eventueel voor zichzelf.

Het instituut Kerk stoot me meer voor de borst dan pakweg Trump. De Kerk – de hoofdletter dankt ze aan mijn weerzin, niet aan mijn respect – is wat mij betreft de verpersoonlijking van Hypocrisie. Vandaag las ik dat de paus himself kardinaal Pell, een van de negen intimi – bedankte voor bewezen diensten middels een brief. Bovendien beweert de paus dat Pell te oud is; zijn afservering heeft niks te maken met het misbruikschandaal dat boven zijn hoofd hangt.

What. The. Fuck. Daar ga je toch van KOTSEN??? Iedere helder denkende mens begrijpt dat een kardinaal die door meerdere mensen beschuldigd wordt van misbruik niet kan aanblijven tot zijn eventuele onschuld bewezen is. Niet de KK – Katholieke Kerk! Neen, meneer. Zij houden zich bezig met het verzinnen van laffe uitvluchten die iedere rechtschapen gelovige beledigen tot in het diepste van zijn ziel.

Man, man. Arme gelovigen…

Een week later

Themanummer: ‘Fifteen feet of pure white snow’ van Nick Cave and the Bad Seeds

Doctor, Doctor
I’m going mad
This is the worst day
I’ve ever had
I can’t remember
Ever feeling this bad
Under fifteen feet of pure white snow
Where’s my nurse
I need some healing
I’ve been paralysed
By a lack of feeling
I can’t even find
Anything worth stealing
Under fifteen feet of pure white snow

We zijn nu een week terug uit Spanje en ik slaag er nog steeds niet in om aan te knopen bij mijn ‘oude’ energieniveau. Ik ben snel vermoeid, slaap slecht en ik voel geen sprankel inspiratie in me opflakkeren. Het is best frustrerend dat ik me opnieuw zo tam en futloos voel, tekenen van een zwaardere beproeving dan ik al vreesde. Mensen proberen me gerust te stellen dat het wel weer goed komt en ik tracht ze te geloven. Maar het feit is dat ik in geen tien jaar zoveel goesting in het leven heb ervaren als in de twee maanden voor we vertrokken. Dan is het moeilijk om te vertrouwen op goedbedoelde geruststellingen. Geen enkel herstelproces is lineair en niemand weet hoe de komende weken zullen verlopen. Ik tracht te vertrouwen op mijn veerkracht en voldoende te rusten. Het heeft geen zin om me te forceren; daar heb ik niets bij te winnen.

Donderdag werd ik geveld door verblindende hoofdpijn en als gevolg heb ik de dag doorgebracht op de zetel met aan de ene kant een poes en aan de andere een hond. Best gezellig, ware het niet dat ik een beetje aan het afzien was. Het voordeel van zo’n pijn is dat je niet langer kan denken, noch voelen. Dat was op zich best een verademing.

Vrijdag kon ik eindelijk naar de yoga gaan – ik snakte er al de hele week naar – en de sessie deed me enorm veel deugd. Ik voelde me achteraf mentaal fitter en fysiek meer relaxed. Toch bizar wat yoga met je doet, zelfs eenvoudige beginnersyoga.

Morgen vertrekt mijn vriend weer voor een paar dagen naar Japan. Ik baal ervan dat hij net nu vertrekt; ik had nochtans gevraagd om van december een rustige maand te maken, maar het geld roept. Ik zal me dus moeten vermannen en mijn plan trekken, zoals ik in feite elke week doe. Vrijdagochtend is hij al terug, dus dat valt wel mee. Ik kan gelukkig rekenen op mijn vrienden om wat extra lief voor me te zijn terwijl hij weg is. 🙂

Picking up the pieces

Themanummer: ‘The Lucky one’ van Admiral Freebee

You know the shortest road home
Is the longest road out
I was in her presence for an hour
And I already wanted to shout
The shepherd is good, the shepherd arranges
A lot and that sudden changes
And I am a lucky one
I am the lucky one

De vorige nacht heb ik slecht geslapen en ik voelde me deze ochtend niet fris. Mijn hoofd was nog steeds gevuld met vervelende gedachten en ik voelde me futloos en moe. Toch heb ik me opnieuw aan mijn boek gewijd. Het leek me beter om mijn hoofd te vullen met positieve dingen als tegengif voor de negativiteit.

Het is me – tegen alle verwachtingen in – gelukt om me te concentreren en ik heb al een hoofdstuk herwerkt. Ik heb er terug zin in en ben blij om mijn oude leven weer op te kunnen nemen. Het is fijn om in de wereld een veilig plekje te hebben, zowel letterlijk als figuurlijk. Het is zelfs levensnoodzakelijk. Ik koester dat plekje dan ook en ben dankbaar dat ik me daar thuis kan voelen.

Nu ik wat meer afstand heb genomen van hoe de vorige week gelopen is, besef ik dat ik in een van mijn vele valkuilen ben getrapt. Toen ik me bij mijn vrienden niet geliefd en gerespecteerd voelde, ben ik steeds harder mijn best gaan doen om het tij te keren door meer en meer te geven in een wanhopige poging om iets terug te krijgen. Tegen dat ik besefte dat het een verloren zaak was, was ik al ver over mijn grens gegaan en bleef ik leeg en alleen achter. Daarbovenop werd ik dan ook nog eens boos omwille van het gebrek aan reciprociteit. Ik ben mezelf een beetje verloren en ben vergeten dat zelfrespect altijd op de eerste plaats moet komen.

Daar tegenover staat dat ik ontzettend blij ben dat ik thuis omringd word door liefhebbende vrienden en een geweldige vriend en hond/kat. Ik heb iets wat veel mensen missen, namelijk een echte thuis waar ik supergraag vertoef en me goed voel. Nu nog leren om in mezelf te geloven, ook wanneer de mensen rondom mij anders naar de wereld kijken dan ikzelf. Ik interpreteer hun kijk al snel als kritiek op de mijne, terwijl dat meestal niet zo is. Dat zal altijd een heikel punt blijven, ik zie al snel afwijzing waar er geen is. Maar dit proces vanop afstand kunnen bekijken helpt me om er sneller bovenop te komen en niet genadeloos aan de pijn overgeleverd te zijn. En dat is een grote stap voorwaarts!

Als een kleine PS moet ik er plichtshalve wel aan toevoegen dat mijn lichaam mij eraan herinnert dat ik de zielepijn ook ruimte moet geven. Ik heb last van mijn maag, mijn lichaam staat heel gespannen en ik slaap slecht. Elke dag gaat het waarschijnlijk wel een beetje beter. Ik kijk al uit naar de yoga op vrijdag!

Uit balans

Themanummer: ‘Put a little love in your heart’ van Annie Lennox en Al Green

Take a good look around and if you’re looking down
Put a little love in your heart
I hope when you decide kindness will be your guide
Put a little love in your heart
And the world will be a better place
And the world will be a better place for you and me
You just wait and see’

 

Vorige week trokken we voor een week naar Spanje. Eerst een paar dagen op bezoek in Malaga bij Belgische vrienden, daarna met ons twee naar Cordoba. Wat een toffe reis had moeten worden ontaardde in een uitputtingsslag.

Ten eerste hadden we de hond nooit mogen achterlaten. Onze vrienden houden niet van dieren, dus hij was niet welkom. We hadden onze conclusies moeten trekken en zelf iets moeten huren. Ik heb onze hond verschrikkelijk gemist. Bovendien nam hij me onze afwezigheid kwalijk door me de eerste avond thuis uitdrukkelijk te negeren en dat deed me meer pijn dan ik aankon.

Ten tweede is de levensstijl en -visie van onze vrienden drastisch anders dan de onze. Vroeger liepen die meer parallel, maar sinds ik aan zee woon en tot bezinning ben gekomen, zijn we uit elkaar gegroeid. Dat merk je pas echt als je een paar dagen samen doorbrengt. Ik ervoer geen respect of appreciatie voor mijn keuzes en dat heeft me veel pijn gedaan. Het heeft me ook uitgeput, omdat ik teveel aan hen tegemoet ben gekomen. Een moeilijke gewoonte om te doorbreken.

En ten derde is Malaga echt geen ideale plek voor een HSP. Spanjaarden zijn zeer luide mensen, ze maken bvb enorm veel straatlawaai zonder enige terughoudendheid. Het is er lelijk en er is een stuitend gebrek aan groen; zowat alles is gebetonneerd. De haven, die ongetwijfeld ooit mooi was, ligt vol lelijke en luide cruiseschepen en de binnenstad is overgenomen door winkelketens en platte commercie. De enige momenten waarop ik kon ontspannen was wanneer de alcohol vloeide.

Conclusie: ik ben totaal uitgeput thuisgekomen, ik kan niet slapen van de overprikkeling en ik ben vreselijk gefrustreerd omwille van het feit dat ik nu een wrak ben en niet eens aan mijn boek kan werken.

De FT voelde vandaag veel spanning in mijn lichaam, en onder de spanning verdriet. Ik ben uit balans en heb me opgespannen om me staande te houden. Zo voel ik me ook: verdrietig, gespannen, uit balans, uit mijn kracht.

Waarom is empathie voor sommige mensen zo’n onmogelijke opgave? Ik heb een gebrek aan liefde en aanvaarding gevoeld die me kwellen. Hopelijk ebt het snel weg, maar ik voel dat oude wonden opengereten zijn en dat het geen kwestie is van even slikken en doordoen. Er is geen vloek uitgevonden die volstaat om mijn huidige frustratie en kwaadheid uit te drukken. En ik ken er nochtans enkele… Het liefst zou ik in een hoekje wat huilen, maar iets houdt me tegen, alsof ik te moe ben en teveel pijn heb om ineens los te laten. Afwachten, dus… Alles op zijn tijd…