Afgekoppeld

themanummer: ‘Papillon’ van Editors

No sense of doubt, for what you could achieve,
I’d help you out, I’ve seen the life you wish to leave
Well it kicks like a sleep twitch!
You will choke, choke on the air you try to breathe.
It kicks like a sleep twitch!

Darling, just don’t put down your guns yet,
If there really was a God here,
He’d have raised a hand by now.

Ik heb zielenpijn. Seelenschmerz.

Mijn hsp is ondergesneeuwd, ik voel niks. Ik lijk wel een vreemde voor mezelf.

Zonder hsp kan ik niet schrijven. Wat ik gisteren schreef bleek op niks te trekken toen ik het vanochtend herlas.

Het is tijd om te rusten. Te recupereren. Ik wil zo snel mogelijk weer mezelf zijn, de wereld voelen. Mij forceren leidt tot niks. Vandaar r.u.s.t. Niet makkelijk, want er is zoveel gaande in mijn hoofd, hart en lichaam.

Advertenties

Eindelijk snap ik ‘de droom’

Thema-quote van Rainer Maria Rilke, uit een brief aan Auguste Rodin:

Vielleicht sind alle Drachen unseres Lebens Prinzessinnen, die nur darauf warten uns einmal schön und mutig zu sehen. Vielleicht ist alles Schreckliche im Grunde das Hilflose, das von uns Hilfe will.’

‘Perhaps all the dragons in our lives are Princesses who are waiting for us to act with honour and courage. Perhaps everything terrible is, in its deepest being, something helpless that wants help from us.’

Al maanden droom ik dat ik – simpel gezegd – bij mijn ouders moet vluchten omdat het daar zo onveilig is dat ik er onmogelijk langer kan blijven. Teveel afwijzing en psychologische oorlogsvoering. Vervolgens vlucht ik naar het huis van mijn bomma, waar blijkt dat bomma en bompa dood zijn en dat die veilige haven niet langer bestaat. Dat besef gaat telkens gepaard met hevige hartpijn. Vaak word ik huilend wakker.

De laatste tijd droom ik verder en vannacht werd het me duidelijk. Ik droomde namelijk dat ik, in mijn zoektocht naar een veilige haven, een beroep deed op mensen die alles behalve veilig waren. Eén van mijn pesters, een paar ‘vriendinnen’ die onbetrouwbaar gebleken zijn, e.d. Ik kon immers niet beoordelen wie ‘veilig’ was en wie niet; dat had ik nooit geleerd. Dus ik wendde me tot de verkeerde mensen, in het echte leven zoals in mijn droom.

In mijn droom stierf er dan iemand: de beste vriend van mijn ex die wist dat mijn ex vreemdging maar het potje mee gedekt hield. Ik voelde een overweldigende nood om te rouwen – niet om hem, maar om mijn bomma en bompa. Ik durfde echter niet rouwen, want ik vreesde dat de mensen rondom mij het belachelijk zouden vinden, alsof ik geen recht had om omwille van die mens zo verdrietig te zijn.

De volgende die stierf was mijn ex-baas: voltijds narcist en stalker. Eindelijk kan ik rouwen, dacht ik. Maar weer durfde ik niet omdat ik zag dat de mensen rondom mij niet veilig waren om zo’n verdriet bij los te laten. Dat deed zoveel pijn dat ik me wakker gesleurd heb en even moest bijkomen.

Epiphany: plots snapte ik ‘het’.

Mijn kindje probeert me te vertellen dat zij niet klaar is voor het geluk dat ons staat te wachten: in een prachtig huis gaan samenwonen met mijn vriend, een boek geschreven hebben dat echt goed is en kans maakt op publicatie, succes hebben met mijn kortverhalen…

IK ben er helemaal klaar voor, ik sta te popelen. Maar zij is doodsbang. Geluk is voor haar beangstigender dan ongeluk, want onbekend is onbemind. Zij heeft geleerd dat er, op de bomma en bompa na, geen veiligheid is waarbinnen ze gelukkig kan/mag zijn. Zij gelooft nog dat het niet voor haar is weggelegd. Dat het weggerukt zal worden zodra ze erin gelooft. En dus verzet ze zich met man in macht.

Ze gebruikt mijn dromen – lees: vreselijke nachtmerries – om haar lijden aanschouwelijk te maken. Gedurende de dag, wanneer ik bij bewustzijn ben, doet ze een beroep op pijn en angst om de boodschap over te brengen. Ze probeert me terug in ‘ons’ voormalig veilig plekje te lokken waarin angst regeerde en we ons zo klein mogelijk maakten om niet opgemerkt te worden en dus geen klop te krijgen. Nu ik mij opricht en betekenis geef aan mijn leven, me toon aan de wereld in de vorm van mijn schrijven en me bind aan mijn vriend door in ons droomhuis samen te gaan wonen, krimpt ze ineen van de angst.

Nu staat ze er in haar ogen helemaal alleen voor. Zelf ik ben er niet om samen klein te zijn. Ik verstop me niet meer, maar zij is niet klaar om zich te tonen. Ze staat doodsangsten uit.

Hoe moet het nu verder? Geen idee. Daar heb ik een psy voor ;).

Nu begrijp ik ook dat de dissociatie niet gaat om angst voor het negatieve, maar om angst voor de positieve ontwikkelingen in mijn leven.

Ik voel me nu wel gevangen in een catch-22. Nu ben ik eindelijk een beetje gelukkig en ik zie evenveel af dan ervoor. Hoe geraak ik hieruit? Ik hoop van harte dat mijn psy me kan helpen, want dit houd ik geen maanden vol.

Lichaam houdt vast

Themanummer: ‘Svefn-g-englar’ van Sigor Ros (Sleepwalker)

‘Ég Er Kominn Aftur
Inn I Þig
Það Er Svo Gott Að Vera Hér
En Stoppa Stutt Við
Eg Flýt Um I Neðarsjávar Hýði
A Hóteli Beintengdur Við Rafmagnstöfluna Og Nærist’
‘I have arrived again
Into you
It is so good to be here
But to stop only for a little while
I float around in a submarine cocoon’

 

Na een heel fijn WE kreeg ik gisteravond, nadat mijn vriend vertrokken was, plots last van IBS. Toen ik probeerde te slapen begon ik te zweten, gedachten tolden door mijn hoofd. Na een uur gaf  ik het op en nam ik een inslaper en maakte ik enkele lijstjes om mijn hoofd te ontlasten. Vanmorgen lag ik om half zeven alweer te keren en te draaien. 😦

Vandaag nam de IBS nog toe. Ik was heel opgelucht toen ik bij de FT binnenstapte. Zij voelde in het algemeen veel spanning, maar vooral in mijn buik. Er zit daar veel verdriet, en een leegte. Rouw om de bomma en bompa. Mijn lichaam wil loslaten maar kan het letterlijk niet en dat zorgt voor grote spanning in mijn ganse lichaam. Telkens wanneer zij het aanspoort en helpt, alsof ze een grote golf schept die niet platvalt maar terug naar binnen keert.

Uiteindelijk lukte het wel een beetje en dat voelde ik heel intens. Zo’n golven van ontspanning… Deze namiddag heb ik wat op de zetel gelegen om de ontspanning alle kansen te geven en dat deed deugd! Het gaat nu beter met mijn buik, al is die nog heel teer.

-¨-¨-¨-¨-

Donderdag gaan we voor enkele dagen naar Parijs, met hond. Ik kijk er naar uit, alleen de autorit ernaar toe zie ik minder zitten, maar het één kan nu eenmaal niet zonder het ander. Met de hond op de trein is niet te doen en als HSP op een TGV, dat is al helemaal de hel. Dan maar het comfort van de eigen wagen en eventueel een file…

Ik kijk ernaar uit om op ons vast adresje een glaasje champagne te bestellen en te klinken op al onze plannen en verwezenlijkingen van de voorbije maanden. Het is een onooglijk terrasje in de Marais, maar het is ons plekje en ik snak ernaar om al daar te zijn. Verder gaan we ook naar een tentoonstelling over ‘der blaue Reiter’, een van mijn favoriete kunststromingen. Duits expressionisme, o.a. Kandinsky, Franz Marc… Kunst is alweer even geleden; het laadt normaal mijn batterijen op.

-*-*-*-*-

Het was hier vandaag goddelijk rustig. De zon scheen onverwachts, er was geen hond – behalve de mijne – op straat en er heerste een kalmte die ik haast niet kan omschrijven. Vredig is het juiste woord. Zo’n momenten, daar doen we het voor. Dan adem ik diep in en probeer ik in iedere vezel van mijn leef de vrede en leegte te voelen. Zalig. Ook een manier om de batterijen op te laden.

20 jaar geleden

Themanummer: ‘Move on’ van George Michael

I’ve been in and out of favor with love
Because I gotta tell you
I’ve been things I never wanted to be
And then some angel called me up
He told me I was sleeping
Said “don’t waste time ‘cause even angels say goodbye”

Waiting for that change of season
Oh the winter’s been so long
Searching for that rhyme or reason
You’ve just got to

Move on

Hold it together, move on
Life’s so short, move on
Only time will set you free
You put your tears behind you
Better get yourself where you want to be
I think of all the days and nights I spent crying
And I have moved on’

De voorbije week heb ik naar seizoen twee van ‘Unforgotten’ gekeken; een prachtige Britse serie. Dit keer draaide alles om seksueel misbruik. Abuse, dus. Ik herkende sommige patronen en vooral de verwoestende kwaadheid die de drie personages in zich droegen. Psychisch en emotioneel misbruik zijn uiteindelijk ook misbruik – al zijn ze niet hetzelfde, er werken wel gelijkaardige mechanismen.

Ik was ontroerd door de prachtige, diepmenselijke en genuanceerde ontknoping – een raar gegeven in de tv-wereld tegenwoordig. Ik zette de tv af om stil te staan bij mijn eigen kwaadheid en zette bovenstaand nummer op. De CD ‘Older’ heb ik kapotgespeeld toen ik in Leuven op kot zat en de ellende groot was.

Nu luisterde ik opnieuw naar het nummer en plots besefte ik hoeveel er in die 20 jaar gebeurd is. Ik ben een ander mens. Ik ben niet meer constant zo kwaad. Ik heb in therapie alles opengegooid en ben stapje voor stapje vooruit gegaan, nadat ik eerst finaal moest crashen.

En kijk waar ik nu sta. Ik heb een fucking boek geschreven. Het is af. I did it.

Er zijn zoveel redenen waarom ik fier op mezelf mag en moet zijn. All the odds were against me and I made it anyhow. Ik leef, ik heb een prachtig gezinnetje, ik heb vrienden, ik durf al eens genieten, ben minder bang en ik heb mijn talent aangeboord om mijn kinderdroom waar te maken.

What The Fuck. Ik heb dat toch maar effe gedaan, in 20 jaar tijd. 

Ik ben echt trots op mezelf. Trots dat ik kansen gegrepen heb, dat ik zelf kansen gecreeerd heb en trots dat ik diep genoeg ben durven gaan om eindelijk, na jaren van verdrukking en angst, mezelf te worden.

Goed gedaan, Girl. En geniet er nu gvd met volle teugen van! 😉

Teveel licht

Themanummer: ‘Last Flowers’ van Radiohead

It’s too much, too bright, too powerful
Too much, too bright, too powerful

Het is hier overtrokken en ik ben eerlijk gezegd opgelucht. De zon heeft me de laatste dagen parten gespeeld. Het licht is te fel en ik kan het binnen niet genoeg verduisteren om te rusten. Daar gaan we binnenkort in ons eigen huis zeker iets aan doen.

Het was hier natuurlijk pokkedruk met dat mooie weer en ik ben superblij dat het morgen allemaal weer voorbij is. Back to normal. Rust, kalmte, geen joelende kinderen en schreeuwende ouders. Mensen lijken niet te beseffen dat ze niet alleen op de wereld zijn. Ouders roepen van de ene kant van het terras naar de andere op hun kinderen, desnoods staan ze recht en brullen ze richting strand. Het is godgeklaagd hoe onbeschaafd mensen zich gedragen eenmaal ze toerist (in eigen land) zijn. Dat anderen rust willen komt niet in hen op. Ikke ikke ikke. Waarschijnlijk zouden ze ons, locals, onverdraagzame zuursmoelen vinden moesten ze weten hoe we collectief de pest aan heb hebben.

Enfin, het was als HSP niet aangenaam toeven hier. Ik verlang naar schaduw, stilte en vrede. Nog een nachtje slapen. Nu ben ik trouwens thuis, dus heb ik er weinig last van.

Ik ben bijna klaar met mijn boek. Het laatste hoofdstuk nog herschrijven en dan is het 95 procent af. Bangelijk! Dan begint de volgende fase: een uitgever zoeken. Dat zal pas hard zijn, als er afwijzingen komen. Maar ja, die horen erbij. We zullen wel zien. Ik geloof in elk geval in mijn boek, nog meer nu het bijna af is. Ik ben er supertrots op, wat een ander er ook van mag vinden. Met constructieve feedback wou ik natuurlijk heel blij zijn, maar een simpele nee kan ook, al ben ik daarmee niks vooruit.

-¨-¨-¨-

Vandaag hebben we een verblijf geboekt voor tijdens de kerstvakantie zodat we tussen kerst en nieuw weg kunnen van de gekte hier. We gaan naar the middle of fucking nowhere in de Walen (anywhere in de Walen dus – hihi), midden in de natuur. Poes en hond gaan mee; met zijn allen de hort op. Ik ben blij en gerustgesteld dat dat alvast in orde is.

Verjaardag

Themanummer: ‘Nan’s Song’ van Robbie Williams

‘I miss your love I miss your touch
But I’m feeling you every day
And I can almost hear you say
‘You’ve come a long way baby’ …

Yes there’s a strange kind of light
Caressing me tonight
Pray silence my fear
She is near
Bringing heaven down here

The next time that we meet
I will bow at her feet
And say wasn’t life sweet
Then we’ll prepare
To take heaven down there

Liefste bomma

Vandaag ben je jarig en zoals ieder jaar loop ik al een paar dagen verdrietig, rusteloos en doelloos rond. Ik mis je. Morgen is het mijn verjaardag. Ik vond het vroeger leuk dat we bijna samen verjaarden. Samen feestvieren. Twee straffe rammetjes. Nu vind ik het minder fijn. Jouw afwezigheid werpt een lange schaduw.

Morgen ga ik naar de tuinwinkel viooltjes voor je kopen en dan plant ik een bloembak aan die ik op de vensterbank buiten plaats, net daar waar ik hem kan zien wanneer ik schrijf. Vandaag is de winkel helaas toe; het had een eerbetoon moeten zijn, maar in de plaats daarvan ga ik met ons hondje pannenkoeken eten, ter ere van jou. Jij maakte de lekkerste pannenkoeken, en bompa en ik aten er altijd om ter meest. Hij liet mij nooit winnen, daarvoor won hij te graag, maar ik gaf het record niet gratis weg! Mijn teller staat op zeven pannenkoeken. Voor een kind van rond de twaalf jaar is dat niet slecht, me dunkt. 🙂

Is het mogelijk om de eenzaamheid die jouw dood achterlaat een plaats te geven zodat het minder pijn doet? Zodat ik me minder verloren voel?

Mensen zeggen: ‘och ja, grootouders zijn oud, die gaan zowiezo dood.’ Ze beseffen niet dat jij niet zomaar een bomma was, maar de centrale zorgfiguur in mijn leven. Iemand aan wie ik me gehecht heb met Tec7. Dan laat je niet zomaar los. Maar het vasthouden, het aanklampen, doet zo’n pijn.

Loslaten ligt niet in mijn aard, zegt de FT. Mijn kindje is momenteel verdrietig en voelt zich alleen, zowel in de droefenis als in de blijdschap om de fijne dingen die er gebeuren. Toen de FT me dat vertelde doemde er een beeld op van jou en bompa en realiseerde ik mij dat ik niet kan genieten van de mooie dingen, zoals een publicatie, omdat ik het niet met jullie kan delen. Niemand die me kende als kind maakt dit nu mee, samen met mij. Alleen tegenover jullie durft mijn kindje uitgelaten blij zijn. Enkel jullie weten dat ik al gedichtjes en verhaaltjes schreef sinds ik kind was. Ik mis een gevoel van geschiedenis, van verbondenheid met het kind op wie jullie apetrots waren.

Bompa vertelde tegen iedereen dat ik vijf talen kon. Hij was onbeschaamd om te stoefen, zoals het hoort voor een grootvader. Dat jij ook stoefte ontdekte ik pas op je begrafenis, toen allerlei groottantes en achternichten me kwamen vertellen hoe trots je op me was. Niet dat ik er ooit aan getwijfeld heb, het stond te lezen in je ogen, maar sindsdien stel ik mij jou voor, op de koffie bij tante X, subtiel vertellend over je enige kleinkind. Het is een mooi beeld.

Het spijt mij dat je mijn hondje nooit gekend hebt. Hij is momenteel buiten aan het blaffen op een imaginaire vijand en hij is het licht van mijn leven. Hij is mijn kleintje en je zou hem geweldig gevonden hebben. Hij is zo trots, vrolijk en vol vertrouwen. Met mijn vriend zou je het ook goed kunnen vinden hebben. Hij maakt graag grapjes en je zou in zijn ogen zijn liefde voor mij hebben kunnen aflezen. Samen met poes vormen we een mooi gezinnetje. Alleen jij en bompa ontbreken.

In alles wat ik schrijf, in elk verhaal, zijn jullie aanwezig. Soms in een detail, soms groots, maar zowel jullie liefde als het verdriet om het afscheid vormen een rode draad door mijn schrijfsels. Als mijn boek ooit gepubliceerd wordt, dan zal ik zo trots zijn dat ik niet meer door de deur kan met mijn dikke nek. 😉 Ik draag het zowiezo op aan jullie. Het doet me deugd om indirect over jullie en ons te schrijven. Maar het verdriet dat jullie het niet meer mogen meemaken zal ook dan een grote rol spelen.

Bomma, als je vandaag eens neerkijkt vanop je wolk, zwaai dan eens. Wij zwaaien terug.

xxx

 

Verlaat verdriet

Themanummer: ‘Another love’ van Tom Odell (waarbij ‘you’ voor mn kindje staat)

And if somebody hurts you, I wanna fight
But my hands been broken, one too many times
So I’ll use my voice, I’ll be so fucking rude
Words they always win, but I know I’ll lose
And I’d sing a song, that’d be just ours
But I sang ‘em all to another heart
And I wanna cry I wanna learn to love
But all my tears have been used up

 

Op het einde van de EMDR vorige vrijdag kwam er een heel duidelijk gevoel naar boven, al vond ik het moeilijk om het uit te spreken. Ik voelde me ineens kwaad op mijn bomma en bompa omwille van het feit dat ze dood zijn. Verlaten, zo voelde ik me. Aan mijn lot overgelaten, in de ban van een onmetelijk verdriet.

Gisteren sprak ik over zwart en wit. Wit staat voor mij voornamelijk voor het veilige nest dat mijn grootouders me boden. Sinds ze gestorven zijn is dat nest weg, niet langer toegankelijk want het bestaat niet meer. Het is nu tien jaar geleden dat bomma stierf en acht jaar dat bompa stierf en ik voel me nog altijd op de dool.

Als ik mijn ogen sluit, zie ik een meisje met donker schouderlang haar in een witte katoenen nachtkleedje door de lucht zweven. Ze is op zoek naar de warmte, de veiligheid die ze kende maar ze vindt ze niet en dus blijft ze zweven, niet in staat zich te vestigen en zelf iets op te bouwen. 

Er ligt een rouwproces voor me, niet enkel voor mijn grootouders, maar ook voor de zorgende liefhebbende mama die ik nooit had. Geen idee hoe ik daaraan moet beginnen, eerlijk gezegd. Meestal kan ik niet aan die gevoelens omdat ze zo pijnlijk zijn. Sinds zondag bvb is mijn lichaam in een kramp geschoten als bescherming tegen de hartzeer. Daardoor voel ik de pijn van het verlies niet, maar zie ik wel af. Mijn lichaam doet wat het geleerd heeft, ook al is dat nu contra-productief.

-*-*-*-*-

Wat mij beangstigd is dat ik de laatste weken weer meer wantrouwen voel t.o.v. mijn eigen gedachten. Alles lijkt zo moeilijk en ingewikkeld en ik ben zo bang om het ‘verkeerd’ te doen. Het is alsof ik weer geen kompas meer heb en overgeleverd ben aan mijn IC en de meningen van anderen. Maar wat denk ik nu zelf, wat voel ik nu zelf? 

Zeker na dit WE is dat gebrek aan vertrouwen nog gegroeid.