Hypocrisie

Themanummer: ‘Killing in the name of’ van RATM

Fuck you, I won’t do what you tell me!

Een kort artikeltje in de krant doet me in de pen kruipen. Hypocrisie is wat mij betreft DE hoofdzonde en ik walg ervan.

Toen ik jong was probeerde ik te geloven in god. Niemand had me ingefluisterd dat ik moest geloven, maar de katholieke schuld-en-boete leer boezemde me voldoende angst in om een poging te wagen. Ik geloofde, geheel in overeenstemming met de kinderbijbel die ik tot de verbazing van mijn bomma aan de sint vroeg, dat God barmhartig was en Jezus liefde verpersoonlijkte.

Wanneer ik tijdens mijn puberteit door de hel ging, vroeg ik me af waarom god me niet beschermde tegen de wreedheid van mijn vader en de onverschilligheid van mijn moeder. Het antwoord drong zich in alle wreedheid op: omdat het god geen reet kon schelen. Dat soort helderheid is enkel jonge, onwetende kinderen gegeven. Ik ruziede toen nog niet met de duivel en engel op mijn schouder. Ik redeneerde helder en eenvoudig: als god liefde was, dan hield hij niet van mij. Dus fuck god.

Ik zie me daar nog liggen, in mijn knus eenpersoonsbedje met de poes die zich overdreven luidruchtig waste. Case closed. Over and done with. Heerlijke eenvoud. Ik heb het me nooit betreurd. Dertig jaar later weet ik dat geloven in liefde als dusdanig volstaat. Mensen zijn in staat tot liefde. Liefde voor de ander en eventueel voor zichzelf.

Het instituut Kerk stoot me meer voor de borst dan pakweg Trump. De Kerk – de hoofdletter dankt ze aan mijn weerzin, niet aan mijn respect – is wat mij betreft de verpersoonlijking van Hypocrisie. Vandaag las ik dat de paus himself kardinaal Pell, een van de negen intimi – bedankte voor bewezen diensten middels een brief. Bovendien beweert de paus dat Pell te oud is; zijn afservering heeft niks te maken met het misbruikschandaal dat boven zijn hoofd hangt.

What. The. Fuck. Daar ga je toch van KOTSEN??? Iedere helder denkende mens begrijpt dat een kardinaal die door meerdere mensen beschuldigd wordt van misbruik niet kan aanblijven tot zijn eventuele onschuld bewezen is. Niet de KK – Katholieke Kerk! Neen, meneer. Zij houden zich bezig met het verzinnen van laffe uitvluchten die iedere rechtschapen gelovige beledigen tot in het diepste van zijn ziel.

Man, man. Arme gelovigen…

Advertenties

Een week later

Themanummer: ‘Fifteen feet of pure white snow’ van Nick Cave and the Bad Seeds

Doctor, Doctor
I’m going mad
This is the worst day
I’ve ever had
I can’t remember
Ever feeling this bad
Under fifteen feet of pure white snow
Where’s my nurse
I need some healing
I’ve been paralysed
By a lack of feeling
I can’t even find
Anything worth stealing
Under fifteen feet of pure white snow

We zijn nu een week terug uit Spanje en ik slaag er nog steeds niet in om aan te knopen bij mijn ‘oude’ energieniveau. Ik ben snel vermoeid, slaap slecht en ik voel geen sprankel inspiratie in me opflakkeren. Het is best frustrerend dat ik me opnieuw zo tam en futloos voel, tekenen van een zwaardere beproeving dan ik al vreesde. Mensen proberen me gerust te stellen dat het wel weer goed komt en ik tracht ze te geloven. Maar het feit is dat ik in geen tien jaar zoveel goesting in het leven heb ervaren als in de twee maanden voor we vertrokken. Dan is het moeilijk om te vertrouwen op goedbedoelde geruststellingen. Geen enkel herstelproces is lineair en niemand weet hoe de komende weken zullen verlopen. Ik tracht te vertrouwen op mijn veerkracht en voldoende te rusten. Het heeft geen zin om me te forceren; daar heb ik niets bij te winnen.

Donderdag werd ik geveld door verblindende hoofdpijn en als gevolg heb ik de dag doorgebracht op de zetel met aan de ene kant een poes en aan de andere een hond. Best gezellig, ware het niet dat ik een beetje aan het afzien was. Het voordeel van zo’n pijn is dat je niet langer kan denken, noch voelen. Dat was op zich best een verademing.

Vrijdag kon ik eindelijk naar de yoga gaan – ik snakte er al de hele week naar – en de sessie deed me enorm veel deugd. Ik voelde me achteraf mentaal fitter en fysiek meer relaxed. Toch bizar wat yoga met je doet, zelfs eenvoudige beginnersyoga.

Morgen vertrekt mijn vriend weer voor een paar dagen naar Japan. Ik baal ervan dat hij net nu vertrekt; ik had nochtans gevraagd om van december een rustige maand te maken, maar het geld roept. Ik zal me dus moeten vermannen en mijn plan trekken, zoals ik in feite elke week doe. Vrijdagochtend is hij al terug, dus dat valt wel mee. Ik kan gelukkig rekenen op mijn vrienden om wat extra lief voor me te zijn terwijl hij weg is. 🙂

Picking up the pieces

Themanummer: ‘The Lucky one’ van Admiral Freebee

You know the shortest road home
Is the longest road out
I was in her presence for an hour
And I already wanted to shout
The shepherd is good, the shepherd arranges
A lot and that sudden changes
And I am a lucky one
I am the lucky one

De vorige nacht heb ik slecht geslapen en ik voelde me deze ochtend niet fris. Mijn hoofd was nog steeds gevuld met vervelende gedachten en ik voelde me futloos en moe. Toch heb ik me opnieuw aan mijn boek gewijd. Het leek me beter om mijn hoofd te vullen met positieve dingen als tegengif voor de negativiteit.

Het is me – tegen alle verwachtingen in – gelukt om me te concentreren en ik heb al een hoofdstuk herwerkt. Ik heb er terug zin in en ben blij om mijn oude leven weer op te kunnen nemen. Het is fijn om in de wereld een veilig plekje te hebben, zowel letterlijk als figuurlijk. Het is zelfs levensnoodzakelijk. Ik koester dat plekje dan ook en ben dankbaar dat ik me daar thuis kan voelen.

Nu ik wat meer afstand heb genomen van hoe de vorige week gelopen is, besef ik dat ik in een van mijn vele valkuilen ben getrapt. Toen ik me bij mijn vrienden niet geliefd en gerespecteerd voelde, ben ik steeds harder mijn best gaan doen om het tij te keren door meer en meer te geven in een wanhopige poging om iets terug te krijgen. Tegen dat ik besefte dat het een verloren zaak was, was ik al ver over mijn grens gegaan en bleef ik leeg en alleen achter. Daarbovenop werd ik dan ook nog eens boos omwille van het gebrek aan reciprociteit. Ik ben mezelf een beetje verloren en ben vergeten dat zelfrespect altijd op de eerste plaats moet komen.

Daar tegenover staat dat ik ontzettend blij ben dat ik thuis omringd word door liefhebbende vrienden en een geweldige vriend en hond/kat. Ik heb iets wat veel mensen missen, namelijk een echte thuis waar ik supergraag vertoef en me goed voel. Nu nog leren om in mezelf te geloven, ook wanneer de mensen rondom mij anders naar de wereld kijken dan ikzelf. Ik interpreteer hun kijk al snel als kritiek op de mijne, terwijl dat meestal niet zo is. Dat zal altijd een heikel punt blijven, ik zie al snel afwijzing waar er geen is. Maar dit proces vanop afstand kunnen bekijken helpt me om er sneller bovenop te komen en niet genadeloos aan de pijn overgeleverd te zijn. En dat is een grote stap voorwaarts!

Als een kleine PS moet ik er plichtshalve wel aan toevoegen dat mijn lichaam mij eraan herinnert dat ik de zielepijn ook ruimte moet geven. Ik heb last van mijn maag, mijn lichaam staat heel gespannen en ik slaap slecht. Elke dag gaat het waarschijnlijk wel een beetje beter. Ik kijk al uit naar de yoga op vrijdag!

Uit balans

Themanummer: ‘Put a little love in your heart’ van Annie Lennox en Al Green

Take a good look around and if you’re looking down
Put a little love in your heart
I hope when you decide kindness will be your guide
Put a little love in your heart
And the world will be a better place
And the world will be a better place for you and me
You just wait and see’

 

Vorige week trokken we voor een week naar Spanje. Eerst een paar dagen op bezoek in Malaga bij Belgische vrienden, daarna met ons twee naar Cordoba. Wat een toffe reis had moeten worden ontaardde in een uitputtingsslag.

Ten eerste hadden we de hond nooit mogen achterlaten. Onze vrienden houden niet van dieren, dus hij was niet welkom. We hadden onze conclusies moeten trekken en zelf iets moeten huren. Ik heb onze hond verschrikkelijk gemist. Bovendien nam hij me onze afwezigheid kwalijk door me de eerste avond thuis uitdrukkelijk te negeren en dat deed me meer pijn dan ik aankon.

Ten tweede is de levensstijl en -visie van onze vrienden drastisch anders dan de onze. Vroeger liepen die meer parallel, maar sinds ik aan zee woon en tot bezinning ben gekomen, zijn we uit elkaar gegroeid. Dat merk je pas echt als je een paar dagen samen doorbrengt. Ik ervoer geen respect of appreciatie voor mijn keuzes en dat heeft me veel pijn gedaan. Het heeft me ook uitgeput, omdat ik teveel aan hen tegemoet ben gekomen. Een moeilijke gewoonte om te doorbreken.

En ten derde is Malaga echt geen ideale plek voor een HSP. Spanjaarden zijn zeer luide mensen, ze maken bvb enorm veel straatlawaai zonder enige terughoudendheid. Het is er lelijk en er is een stuitend gebrek aan groen; zowat alles is gebetonneerd. De haven, die ongetwijfeld ooit mooi was, ligt vol lelijke en luide cruiseschepen en de binnenstad is overgenomen door winkelketens en platte commercie. De enige momenten waarop ik kon ontspannen was wanneer de alcohol vloeide.

Conclusie: ik ben totaal uitgeput thuisgekomen, ik kan niet slapen van de overprikkeling en ik ben vreselijk gefrustreerd omwille van het feit dat ik nu een wrak ben en niet eens aan mijn boek kan werken.

De FT voelde vandaag veel spanning in mijn lichaam, en onder de spanning verdriet. Ik ben uit balans en heb me opgespannen om me staande te houden. Zo voel ik me ook: verdrietig, gespannen, uit balans, uit mijn kracht.

Waarom is empathie voor sommige mensen zo’n onmogelijke opgave? Ik heb een gebrek aan liefde en aanvaarding gevoeld die me kwellen. Hopelijk ebt het snel weg, maar ik voel dat oude wonden opengereten zijn en dat het geen kwestie is van even slikken en doordoen. Er is geen vloek uitgevonden die volstaat om mijn huidige frustratie en kwaadheid uit te drukken. En ik ken er nochtans enkele… Het liefst zou ik in een hoekje wat huilen, maar iets houdt me tegen, alsof ik te moe ben en teveel pijn heb om ineens los te laten. Afwachten, dus… Alles op zijn tijd…

versie 1.0

Themanummer: ‘Here I am’ van George Michael

All those insecurities
That have held me down for so long
I can’t say I’ve found a cure for these
But at least I know them
So they’re not so strong
You look for your dreams in heaven
But what the hell are you supposed to do
When they come true?’

 

Het is zo ver… mijn boek is geschreven. De timing kon niet beter. Zondag vertrekken we voor een weekje op vakantie, dus ik kan nu even afstand nemen. Daarna begin ik vanaf hoofdstuk 1 alles systematisch te herlezen en herwerken. Daar kijk ik nu al naar uit!

Het doet wel deugd dat het af is. De voorbije dagen was de druk al langzaam van mijn schouders aan het vallen. Ik slaap opnieuw beter, ik voel me rustiger dan een week geleden. Ik kan het nu allemaal wat beter loslaten; het staat immers op papier, ik hoef er niet meer over na te denken.

Ik ben zo blij voor mezelf. Fier op mezelf. Ik geloof opnieuw in mezelf. Onbeschrijflijk.

Hierna begint het echte werk… een uitgever zoeken. Je kindje afgeven aan kritische mensen die iedere dag manuscripten van aspirant schrijvers ontvangen is spannend. Ik hoop dat ze het goed en plezant genoeg vinden om erin te investeren.

Vroeger vroeg ik me, in navolging van George Michael, af wat een mens doet wanneer zijn dromen uitkomen. Nu denk ik: dan begin ik aan mijn tweede boek. 😀

No way back

Themanummer: ‘Cripple and the Starfish’ van Antony and the Johnsons
‘There’s no rhyme or reason
I’m changing like the seasons
Watch, I’ll even cut off my finger
It’ll grow back like a starfish
It’ll grow back like a starfish
It’ll grow back like a starfish

Vorig weekend waren we op bezoek bij vrienden die we niet vaak zien. Ze waren net verhuisd en we kwamen samen voor een hapje en een drankje. Ik vertelde mijn vriendin enthousiast over mijn boek en hoewel ze heel blij was dat ik in mijn nopjes was, waarschuwde ze me ook meteen dat ik niet teleurgesteld moest zijn als het niks zou worden met mijn boek. Slik. Ze bedoelde het goed maar dat had ze beter niet gezegd.

De dag nadien borrelde frustratie en kwaadheid in mij op en toen mijn vriend en ik eenmaal in onze favoriete koffiebar zaten, barstte ik los. Ik ben het namelijk KOTSBEU dat ik al heel mijn leven omringd wordt door mensen die me klein willen houden, die niet in me geloven, die mijn enthousiasme in mijn eigen kunnen niet delen!!!!

Zou je dat wel doen?
Gaat dat wel lukken?
Zou je niet beter oppassen?
Wat als het mislukt?

Vierwerf NEE. Als het ‘niks wordt’ met mijn boek schrijf ik toch gewoon een tweede boek, en een derde, en een vierde, desnoods tot ik erbij neerval? Ik amuseer mij! Ik geloof eindelijk in mezelf! Mag het gvd, ja???

NOOIT kruip ik terug in het gat waar ik uit geklommen ben. Het heeft een heel leven geduurd vooraleer ik grond onder mijn voeten had ipv drijfzand! Ik heb gevochten om te staan waar ik nu sta, ik heb afgezien, doorgezet, geploeterd en hard gewerkt. Ik zit momenteel aan het stuur in mijn leven en iedereen die aan me twijfelt ram ik van de baan. GVD.

Ik ben die laffe attitude van de mensen zo BEU! Nu ik de lichtknop eindelijk gevonden heb bepaal IK of het brandt en als ik al eens teleurgesteld word, dan krabbel ik wel terug recht, zeker? Aan teleurstelling is er nog nooit iemand dood gegaan bij mijn weten. En natuurlijk zou ik teleurgesteld zijn als mijn boek geen uitgever vindt, dat spreekt voor zich. Maar ook al zal ik bittere tranen wenen, en gaat het licht even uit, ik zal me gvd herpakken.

I’ll grow back like a fucking starfish.

 

Girl – the sequel

Themanummer: ‘Rise up’ van Andra Day

And I’ll rise up
High like the waves
I’ll rise up
In spite of the ache
I’ll rise up
And I’ll do it a thousands times again

De scene die me het meest is bijgebleven van de film Girl waarover ik in mijn vorige post al berichtte, speelt zich af tijdens de schoolvoorstelling van de balletschool waar de jongen/meisje in kwestie les volgt. Zij is zodanig uitgeput van de fysieke belasting van de danslessen in combinatie met de hormonenpreparaten en een gebrek aan een gezond dieet, dat ze niet mag deelnemen aan de voorstelling. Als kijker zien we haar in de zaal zitten naast haar vader, als toeschouwer. Tranen rollen over haar wangen omdat ze slechts toeschouwer is i.p.v. deelnemer.

Die scene greep me echt bij de keel. Ze verbeeldde perfect hoe ik me altijd gevoeld heb: als een toeschouwer van andermans leven zonder zelf deel te mogen/kunnen nemen. Het eerste voorbeeld dat bij me opkwam was dat van de 100 dagen die ik gemist heb omdat ik zodanig gepest werd in de klas dat ik er niet naartoe durfde te gaan. Zo’n mijlpaal moeten missen deed me toen veel pijn. Maar in feite strekt de metafoor zich veel verder uit.

Ik heb nooit echt kunnen deelnemen aan het leven omdat ik zo druk bezig was met simpelweg te overleven. Ik heb mezelf altijd weggedrukt om te ontsnappen aan de passieve agressie en de psychologische kwellingen bij mij thuis waardoor mijn persoonlijkheid niet tot ontwikkeling kwam. Later, toen ik een depressie kreeg, was ik dubbel uitgesloten van het leven, omdat ik zelfs de schijn niet meer kon ophouden. Ik stond letterlijk en figuurlijk aan de zijlijn.

Ik heb zoveel gemist, het is niet in woorden te bevatten. Maar nu, sinds een paar maanden, bloei ik open. Sinds ik me wijd aan het schrijven voel ik mij eindelijk een deelnemer, iemand met een eigen unieke plaats in het leven. Het contrast tussen dat nog zeer recente geluk en het grauwe verleden is soms te groot om te bevatten, en net die tweespalt riep de film bij mij op. Natuurlijk ben ik blij dat het tij nu keert en grijp ik deze verandering met beide handen aan. Maar soms word ik ook heel kwaad en doet het geleden verdriet nog zeerder dan vroeger, omdat ik nu pas weet wat mij ontnomen is. En dat wringt soms.