Het is ons licht dat we vrezen

Our deepest fear is not that we are inadequate. Our deepest fear is that we are powerful beyond measure. It is our light, not our darkness that most frightens us. We ask ourselves, Who am I to be brilliant, gorgeous, talented, fabulous? Actually, who are you not to be? You are a child of God. Your playing small does not serve the world. There is nothing enlightened about shrinking so that other people won’t feel insecure around you. We are all meant to shine, as children do. We were born to make manifest the glory of God that is within us. It’s not just in some of us; it’s in everyone. And as we let our own light shine, we unconsciously give other people permission to do the same. As we are liberated from our own fear, our presence automatically liberates others.

Marianne Williamson

Advertenties

Wie deed het licht uit?

Themanummer: ‘Skeleton Tree’ van Nick Cave ATBS

Sunday morning, skeleton tree
Oh, nothing is for free
In the window, a candle
Well, maybe you can see
Fallen leaves thrown across the sky
A jittery TV
Glowing white like fire
Nothing is for free
I called out, I called out
Right across the sea
But the echo comes back in, dear
And nothing is for free

De voorbije week was een FUbaR week. Het dagmenu zag er als volgt uit:

Ontbijt: het lichaam van een oude vrouw, gekruid met een streepje wanhoop en een schuimpje doffe ellende.

Second breakfast: hopen op een mirakel bij een tasje koffie.

Lunch: Gestoomde frustratie geserveerd op een bedje van verwensingen, met een sausje Weltschmerz.

Vieruurtje: Huisbereide melancholie in een soepje van dafalgan codeïne.

Diner: Surf ’n Turf van moedeloosheid en radeloosheid, geserveerd met een glaasje overprikkeling voor gevorderden*

*zonder meerkost voorzien wij tevens duisternis aan het einde van de tunnel, en een portie oplawaai vrij uit te delen – slechts een stuk beschikbaar per persoon.

Zucht.

Ter herinnering

Themanummer: ’99 Luftballons’ van Nena

‘Neunundneunzig jahre Krieg
Ließen keinen Platz für Sieger
Kriegsminister gibt’s nicht mehr
Und auch keine Düsenflieger’

Ik. Kan. Dit. Niet. Meer.

Ik. Wil. Dit. Niet. Meer.

Kerst is voorbij, het leven gaat weer zijn gang. Maar niet voor mij. Ik zit met de naweeën van een loodzware kersperiode, waarin iedere dag de lus rond mijn nek strakker leek te zitten. Gisteren viel de lus af, maar de wonden die zijn geslagen genezen niet zomaar. Nu doet het weer pijn, maar op een andere manier. Moederziel alleen zit ik nu met Napijn. En ik word er niet alleen verdrietig van, maar ook kwaad. Opstandig. Gefrustreerd. Moordzuchtig.

Vergelijk het hiermee. Een getraumatiseerde soldaat wordt elk jaar voor een maand terug op het slagveld geplaatst. Trek uw plan. Na een maand keert hij terug. Gaat het leven dan gewoon verder omdat de bombardementen gestopt zijn? Nee. Dan pas kan de verwerking beginnen. En verwerking begint met incasseren. Stilaan ontprikkelen. Pas nadien kan er eventueel heling plaatsvinden.

Zo is december voor mij. Elk jaar terug naar het front, zonder wapens of uitrusting. Gewoon in mijn blote voor een vuurpeleton. En nu zit ik, shell-shocked, thuis. Iedereen is terug aan zijn leven begonnen en verwacht dat het voorbij is. Niemand kijkt nog om. Maar voor mij begint het pas. De veldslag aan Helm’s Deep overleefd. Proficiat. Dan gaan we nu Gondor verdedigen. Moe? Kapot? Pijn? Tja… als Sauron voor de deur staat moet je vechten. Het begint met het likken van de wonden. Ons opkalefateren. Daarna… tja… wat? Zo ver kan ik nu niet eens kijken. Daar ben ik te geschokt voor. Too shaken. To the core. Ik tril letterlijk terwijl ik dit schrijf.

Maar een ding staat vast: volgend jaar zal het anders zijn. Ik ga me niet opnieuw als kanonnenvoer overleveren aan de strijd. No Fucking Way. Mijn kine zei het gisteren al: dit kan je u toch niet opnieuw aandoen? Na een nacht slapen besef ik dat ze gelijk heeft. Ieder jaar doe ik hetzelfde in de hoop dat het om een of andere mysterieuze reden toch beter zal gaan. De definitie van idiotie volgens Einstein. En gelijk heeft hij.

Volgend jaar bewapen ik me. Eerst en vooral vlucht ik dan weg, naar veiliger oorden. Naar de natuur, naar een trager ritme, naar een plaats zonder toeristen die je veilige plek afnemen wanneer je ze het hardste nodig hebt. Ik neem de hond mee, en eventueel mijn vriend – als hij mee wil. Hij hecht aan kerst bij zijn familie, ook al is dat een  triestige affaire. Alle respect daarvoor. Maar ik doe het niet meer. Genoeg. Zitten wachten op verandering is belachelijk en zinloos. Ik moet zelf de teugels in handen nemen. Niemand zal me komen redden. Het is finaal mijn verantwoordelijkheid. En die zal ik nemen.

Gaat alles zo opgelost zijn? Tja, dat weet ik ook niet. Maar je lot in handen nemen is altijd heilzamer dan als een sitting duck te wachten op de destructie die zowiezo komt.

 

Hoera!

Themanummer: ‘Habibi’ van Tamino

Something hides in every night
Brings desire from the deep
And with it comes a burning light
To keep us from our sleep
Habibi, light is burning
As I am burning
Habibi, light is burning
As I am yearning

Het is achter de rug… we hebben het overleefd, of iets in die aard.

De voorbije weken waren lastig en vooral vlak na kerst beleefde ik een dieptepunt. Het kerstfeest was een sof van heb-ik-jou-daar. Niets nieuws onder de zon. Mijn schoonvader twijfelde luid en openlijk of ik wel een boek in het Engels kon schrijven. I’ll show the bastard! Woehaha. Het eten was – op het hoofdgerecht na – van een ontstellende treurigheid. De kerstboom was geen boom en de lege plek aan de feestdis viel zo hard op dat iedereen deed alsof er niets aan de hand was. Zucht.

Toeristen overstroomden ons arme dorp, met als dieptepunt de dag voor Oudjaar en de dag zelf. Wat zoeken ze hier toch?! Gelukkig was er op 2 januari opnieuw geen hond op straat. Ik voelde me diep gelukkig toen ik het koffiehuis binnenstapte en enkel een local zag zitten. Voor de rest: leeg. Eindelijk eens bijpraten onder elkaar, wensen uitwisselen. Er is terug parkeerplaats, de winkels zijn opnieuw gevuld en alles is bijna terug normaal. Ik tel al af naar het moment dat ze de afschuwelijk kitscherige kerstornamenten uit het straatbeeld verwijderen. Twee dansende ijsberen, WTF? Toen ik ze de eerste keer zag, heb ik in mijn auto de slappe lach gekregen. Zo lelijk! Dat verzin je niet.

Het resultaat van voorgaande shituaties is dat ik me als een gekooid dier voelde. vreselijk! Mijn lichaam reageerde navenant en is nog altijd in opstand. Slapen lukt ook nog steeds moeilijk en mijn nachtmerries zijn gruwelijk.

Na drie weken wachten kreeg ik van een goede vriend eindelijk feedback op het eerste hoofdstuk van mijn boek. Het wachten was tergend; niet te geloven. Maar de respons was positief – joepie! – en de kritiek opbouwend en heel nuttig. Ik heb veel respect voor de mening van de vriend in kwestie, dus het was een catharsis na het lange wachten! We hebben er eentje op gedronken.

Het is de gewoonte om goede wensen de wereld in te sturen, maar dit jaar wens ik vooral iets voor mezelf. Namelijk dat mijn gezondheid goed blijft, dat de energie blijft vloeien en de goesting om te schrijven blijft kriebelen. Als kers op de taart zou ik mijn boek graag gepubliceerd zien, maar zelfs als dat er niet van komt, heb ik toch maar even mijn levensdoel ontdekt. Schrijven tot ik erbij neerval. Schol!

Nog 13 dagen te gaan…

Themanummer: ‘B. B. Chevelle’ van de Isbells

My life will be
My life will be kind of beautiful
When the sun shines on me
In the morning
And the morning only brings me something beautiful
Something glorious

Het is weer zover. Kerst komt eraan. Onbewust zet ik me schrap voor de traumatische herinneringen die in deze tijd van het jaar vaker dan gewoonlijk de kop opsteken. Het resultaat is dat mijn lichaam in een kramp schiet, mijn geest in alert-modus is en ik nauwelijks kan ontspannen, laat staan slapen. Het suckt en het ergste moet nog komen.

Gisteren deed de FT een poging om mijn lichaam richting loslaten en ontspannen te manoeuvreren, maar het sloeg tilt. Nu zit ik met meer pijn dan ervoor en – top of the bill – onnegeerbare IBS-pijn. I HATE IT!!!

Ik probeer veiligheid op te zoeken en mild te zijn voor mezelf. Zucht. Ik dacht dat ik niet slecht bezig was. Maar dit is geen normale gang van zaken. Ze vergt derhalve ook een buitengewone aanpak.

Ik voel me gevangen. Alsof ik in ademnood ga komen. Like the walls are closing in on me. Wanneer ik met de auto rijd word ik zot als een oude vent te traag rijdt en me de weg verspert. Ik hunker naar ademruimte, naar vrij kunnen bewegen. Maar ik heb geen idee waar ik die vrijheid moet zoeken. Het is te koud om ontspannen te wandelen, laat staan om buiten te zitten. Ik voel me opgehokt. Zelfs in huis is het koud. Ik heb gisteren een elektrische voetverwarmer besteld for god’s sake!

Mijn intuitie fluistert me in dat ik geduld moet hebben. Ik ben geneigd haar te geloven. Keep a low profile. Het is onmogelijk om deze patstelling te forceren dmv wilskracht of agressie. Vechten maakt het alleen maar erger.

Go with the flow. Dat is het geheime recept. Nu nog ontdekken hoe je dat doet. Misschien eens googelen? Een gin tonic zal me ook wel een eind op weg helpen, zeker?

Ik heb net aan mijn boek gewerkt. Dat merk je wel aan de Engelse uitdrukkingen in mijn post. Het ging vlot vandaag, dat is al iets. Heel wat, zelfs.

Hypocrisie

Themanummer: ‘Killing in the name of’ van RATM

Fuck you, I won’t do what you tell me!

Een kort artikeltje in de krant doet me in de pen kruipen. Hypocrisie is wat mij betreft DE hoofdzonde en ik walg ervan.

Toen ik jong was probeerde ik te geloven in god. Niemand had me ingefluisterd dat ik moest geloven, maar de katholieke schuld-en-boete leer boezemde me voldoende angst in om een poging te wagen. Ik geloofde, geheel in overeenstemming met de kinderbijbel die ik tot de verbazing van mijn bomma aan de sint vroeg, dat God barmhartig was en Jezus liefde verpersoonlijkte.

Wanneer ik tijdens mijn puberteit door de hel ging, vroeg ik me af waarom god me niet beschermde tegen de wreedheid van mijn vader en de onverschilligheid van mijn moeder. Het antwoord drong zich in alle wreedheid op: omdat het god geen reet kon schelen. Dat soort helderheid is enkel jonge, onwetende kinderen gegeven. Ik ruziede toen nog niet met de duivel en engel op mijn schouder. Ik redeneerde helder en eenvoudig: als god liefde was, dan hield hij niet van mij. Dus fuck god.

Ik zie me daar nog liggen, in mijn knus eenpersoonsbedje met de poes die zich overdreven luidruchtig waste. Case closed. Over and done with. Heerlijke eenvoud. Ik heb het me nooit betreurd. Dertig jaar later weet ik dat geloven in liefde als dusdanig volstaat. Mensen zijn in staat tot liefde. Liefde voor de ander en eventueel voor zichzelf.

Het instituut Kerk stoot me meer voor de borst dan pakweg Trump. De Kerk – de hoofdletter dankt ze aan mijn weerzin, niet aan mijn respect – is wat mij betreft de verpersoonlijking van Hypocrisie. Vandaag las ik dat de paus himself kardinaal Pell, een van de negen intimi – bedankte voor bewezen diensten middels een brief. Bovendien beweert de paus dat Pell te oud is; zijn afservering heeft niks te maken met het misbruikschandaal dat boven zijn hoofd hangt.

What. The. Fuck. Daar ga je toch van KOTSEN??? Iedere helder denkende mens begrijpt dat een kardinaal die door meerdere mensen beschuldigd wordt van misbruik niet kan aanblijven tot zijn eventuele onschuld bewezen is. Niet de KK – Katholieke Kerk! Neen, meneer. Zij houden zich bezig met het verzinnen van laffe uitvluchten die iedere rechtschapen gelovige beledigen tot in het diepste van zijn ziel.

Man, man. Arme gelovigen…

Een week later

Themanummer: ‘Fifteen feet of pure white snow’ van Nick Cave and the Bad Seeds

Doctor, Doctor
I’m going mad
This is the worst day
I’ve ever had
I can’t remember
Ever feeling this bad
Under fifteen feet of pure white snow
Where’s my nurse
I need some healing
I’ve been paralysed
By a lack of feeling
I can’t even find
Anything worth stealing
Under fifteen feet of pure white snow

We zijn nu een week terug uit Spanje en ik slaag er nog steeds niet in om aan te knopen bij mijn ‘oude’ energieniveau. Ik ben snel vermoeid, slaap slecht en ik voel geen sprankel inspiratie in me opflakkeren. Het is best frustrerend dat ik me opnieuw zo tam en futloos voel, tekenen van een zwaardere beproeving dan ik al vreesde. Mensen proberen me gerust te stellen dat het wel weer goed komt en ik tracht ze te geloven. Maar het feit is dat ik in geen tien jaar zoveel goesting in het leven heb ervaren als in de twee maanden voor we vertrokken. Dan is het moeilijk om te vertrouwen op goedbedoelde geruststellingen. Geen enkel herstelproces is lineair en niemand weet hoe de komende weken zullen verlopen. Ik tracht te vertrouwen op mijn veerkracht en voldoende te rusten. Het heeft geen zin om me te forceren; daar heb ik niets bij te winnen.

Donderdag werd ik geveld door verblindende hoofdpijn en als gevolg heb ik de dag doorgebracht op de zetel met aan de ene kant een poes en aan de andere een hond. Best gezellig, ware het niet dat ik een beetje aan het afzien was. Het voordeel van zo’n pijn is dat je niet langer kan denken, noch voelen. Dat was op zich best een verademing.

Vrijdag kon ik eindelijk naar de yoga gaan – ik snakte er al de hele week naar – en de sessie deed me enorm veel deugd. Ik voelde me achteraf mentaal fitter en fysiek meer relaxed. Toch bizar wat yoga met je doet, zelfs eenvoudige beginnersyoga.

Morgen vertrekt mijn vriend weer voor een paar dagen naar Japan. Ik baal ervan dat hij net nu vertrekt; ik had nochtans gevraagd om van december een rustige maand te maken, maar het geld roept. Ik zal me dus moeten vermannen en mijn plan trekken, zoals ik in feite elke week doe. Vrijdagochtend is hij al terug, dus dat valt wel mee. Ik kan gelukkig rekenen op mijn vrienden om wat extra lief voor me te zijn terwijl hij weg is. 🙂